Pasvorm bij wasbare luiers

Wanneer je een wasbare luier aandoet bij je kindje zijn er een aantal belangrijke verschillen in vergelijking met een wegwerpluier. We zetten enkele ‘tips and tricks’ kort voor je op een rijtje.

-       Een wasbare luier hoort tussen de benen in de liezen te zitten, net zoals een onderbroek. Zorg dat de luier hier mooi aansluit en dat er geen kieren ontstaan.

-       Pas de luier comfortabel en aansluitend aan rond de taille. Span de luier hier niet te hard aan. Je moet er met gemak je twee vingers kunnen tussensteken. Het is normaal gezien geen probleem moest de luier aan de buik een klein beetje openstaat.

-       Let op dat het overbroekje de luierstof overal goed omsluit. Waar de stof komt piepen kan er lekkage ontstaan. Check dit best even ter hoogte van de rug en in de liezen.

-       Zorg dat de vouw van een meegroeiluier, die je in de hoogte verkleint met drukknopjes vooraan, binnenin de luier naar boven wijst. Dus naar de navel van je kindje toe. De luier zal hierdoor mooier in de liezen aansluiten.

-       Je kan inleggers en boosters omvouwen zodat je meer absorptie krijgt waar  nodig. Bij jongens zal dit over het algemeen meer vooraan zijn en bij meisjes meer in het midden van de luier. Bij vouwluiers en prefolds kan je de vouwwijze hieraan aanpassen.      

Druklekkage?

Directe druk op de luier kan druklekkage geven. Zorg ervoor dat de kledij over de luier niet spant om dit te vermijden. Wollen overbroekjes zijn hier extra gevoelig voor.

Ook de luier zelf kan druklekkage veroorzaken, wanneer hij ergens te hard aandrukt.

Dit heb je vnl. bij microvezel. Dit werkt als een spons en zal hierdoor ook sneller het vocht terug lossen. Vermijd ook voor dat je de luier niet ‘overvult’ met te veel inleggers.

Hoe zit een meegroeiluier?

Afhankelijk van fase tot fase verandert de bouw van je kindje en zal een meegroeiluier anders gaan aanpassen. Door middel van de verschillende mogelijke standen in de hoogte en in de breedte kan je de luier hierop afstellen. De meeste meegroeiluiers passen vanaf ongeveer 4 kg en vormen in het begin een vrij dik pak. Vaak zal de luier vanaf een 5-tal kg een stuk beter zitten en mettertijd steeds slanker vallen.

Bij een boorling staat de luier in de hoogte op de kleinste stand en komt deze over de navel, vrij hoog in de taille. Doordat je kindje in de lengte gaat groeien zal je de luier in de hoogte moeten verstellen en zal deze steeds lager op de buik komen te zitten. Bij kruipertjes komt de luier net onder de navel. Bij peuters zal de luier meer en meer als een onderbroek gaan zitten.

Het kan best zijn dat de luier op een gegeven moment op de grootste stand staat en dat het lijkt alsof je kindje de luier al snel zal ontgroeien. Maak je geen zorgen, eens je kindje begint te lopen en kruipen verliest het wat van zijn ‘babyvet’ en verandert de lichaamsbouw. De luier zal dan in de taille vaak terug smaller gaan aanpassen.